- Alternatieve brandstoffen
Om de doelstellingen tegen 2035 te halen, zijn alternatieve brandstoffen nodig. Studies tonen aan dat vooral HVO-biodiesel vandaag een realistische optie is: het kan in de meeste bestaande motoren gebruikt worden, waardoor het geen grote, dure technische aanpassingen vereist en het vermindert de CO2-uitstoot aanzienlijk. Daarnaast vermindert het ook de uitstoot van stikstof (NOx), fijnstof en zwaveldioxide (SO2).
De prijs van deze alternatieve brandstof ligt momenteel wel nog hoger dan klassieke diesel. Op termijn is de verwachting dat deze verschillen wegvallen of zelfs in het nadeel komen van reguliere diesel, als gevolg van het meerekenen van de uitstootkosten. Op Europees niveau lopen hieromtrent initiatieven zoals RED 3 en ETS2 om de prijs van alternatieve brandstoffen competitiever te maken met die van klassieke diesel.
- Aandrijving en motoren aanpassen
Wie verder wil gaan, kan de aandrijving van zijn schip aanpakken. Ook hier bestaan vandaag al concrete oplossingen en bestaande technologieën.
Nabehandeling en hermotorisatie
Vaart jouw schip met een CCR-motor? Dan kan je er een nabehandelingssysteem op plaatsen. Dit systeem filtert schadelijke stoffen uit de uitlaatgassen. Dit gebeurt in verschillende stappen en met verschillende onderdelen, vaak gecombineerd in een gezamenlijke behuizing die geïntegreerd wordt in het uitlaatsysteem. Op nieuwe motoren is dit systeem een verplicht onderdeel om te voldoen aan de huidige emissieregelgeving. Bij oudere motoren kan dit achteraf ingebouwd worden.
Daarnaast kan je een oudere CCR 0-, 1- of 2-motor kan je vervangen door een zuinigere Stage V-motor.
Beiden aanpassingen zorgen voor een sterke daling van stikstofoxides (NOx) en roetdeeltjes. In combinatie met HVO-biodiesel zorgt dit ook voor minder CO2-uitstoot. Dit is een duidelijke stap vooruit zonder je volledige schip te herdenken.
Retro-fit van de aandrijving
Een meer ingrijpende, maar zeer toekomstgerichte oplossing is een modulaire dieselelektrische aandrijving. Bij een modulaire dieselelektrische aandrijving (bijvoorbeeld met Euro-6 gemariniseerde vrachtwagenmotoren, of met Stage V binnenvaartmotoren) vaar je altijd elektrisch. De schroef wordt aangedreven door een elektromotor. De stroom hiervoor wordt opgewekt door één of meerdere generatorsets.
Bij een hybride voortstuwing wordt de schroef aangedreven door een elektromotor (dieselelektrisch) of door een combinatie van een elektromotor en een dieselmotor (hybride). Hierbij kan dus zowel elektrisch als conventioneel gevaren worden omdat de conventionele (dieselgedreven) aandrijflijn blijft bestaan, maar aangevuld wordt met een elektrische aandrijving. Dit is een pragmatische oplossing voor een retrofit. In beide gevallen kan nog een zelfladend batterijpakket geïnstalleerd worden, om piek- en dalvermogens op te vangen.
De Mannheim I en II van Rhenus Logistics maken gebruik van zo’n hybride aandrijflijn:

Tekening van de hybride aandrijflijn in de Mannheim I en II met vijf modulair gekoppelde DAF-PACCAR MX-13 generatorsets.
Beide modulaire voortstuwingssystemen zijn tot 15% zuiniger dan een CCR-2 motor, stoten tot 5 keer minder NOx uit, zorgen voor minder zwavel en fijnstof én zijn klaar voor gebruik met HVO-biodiesel.
Bovendien is zo’n modulair (hybride) systeem flexibel. Je kan de generatorsets later vervangen door technologie op waterstof, methanol of batterijen. Zo kan je je schip stapsgewijs en op eigen tempo mee vergroenen met de ontwikkelingen op de markt.